Emmen in Drenthe. Voormalig esdorp. Toeristische trekpleisters? Twee hunebedden en een dierenpark. Krimpgemeente. Relatief hoge werkloosheid. Hoe anders was het in de jaren ’50 en ’60. Emmen bloeide en groeide. In rap tempo werden woonwijken ontworpen. Emmen moest een open en groene stad worden. Dit resulteerde in een manier van wonen die nog altijd overal te wereld wordt gekopieerd: Het woonerf. 

Nieuwbouw, maar met de sfeer van een boerenerf, dát was het idee in de jaren zestig. Geestelijk vader: Stedenbouwkundige Niek de Boer. Hij werd samen met André de Jong in 1955 aangetrokken als stedenbouwkundige van Emmen. Zij werden verantwoordelijk voor de planning van de woonwijken Angelslo en Emmerhout. De Boer vreesde door de opkomst van de auto voor de teloorgang van de ‘erffunctie‘ in de nieuwe woonwijken. Daar bedacht De Boer een oplossing voor: het woonerf, een samenvoeging van het boerenerf en modern wonen. De woningen werden zo rond een ‘erf’ gegroepeerd dat er voor de auto geen plaats is. Aparte parkeerplaatsen buiten de erven bieden ruimte aan de auto. Bloemkoolwijken, worden dit soort wijken ook wel genoemd tegenwoordig. Mede dankzij deze tekening van Niek de Boer uit 1972.

 

Kleinschaligheid, complexiteit en variatie: het principe van de bloemkoolwijk. (Niek de Boer, 1972).

 

De ontwerpen van Architectengroep Emmerhout

De meeste woningen en gebouwen in Emmerhout zijn van de hand van Architectengroep Emmerhout. Bij het ontwerp van de wijk wordt nauw samengewerkt tussen architecten Arno Nicolaï, Albert Anton Oosterman en Jan Johannes Sterenberg – die samen Architectengroep Emmerhout vormen – en de aannemers Brands en Van Os. De wijk bestaat uit drie zones, waarbij de centrale zone de voorzieningen voor de wijk herbergt en woonbebouwing heeft in de vorm van etagewoningen en een torenflat.  In de andere twee zones van de wijk is het verkeer gescheiden van de woon- en leeffunctie, dáár zijn de woonerven. De enorme flat, Woontoren Emmerhout, is van de hand van Arno Nicolaï. Het 55 meter hoge pand is nog steeds het hoogste gebouw van Emmen. Mooi? Ach, wat is mooi?! Opvallend is ‘ie in ieder geval…

Platte daken en primaire kleuren

De architectuur van de wijk Emmerhout kenmerkt zich door strakke geometrische vormen, waarbij vooral de rechthoek regelmatig terugkeert. Dit is terug te zien in de vormgeving van de huizen: de huizenblokken met platte daken, brede dakplaat en de betonnen plaat onder de ramen van de bovenverdieping. Ook op de plattegrond van de wijk is de rechthoekige vorm terug te zien. De kleuren rood, wit en blauw keren regelmatig terug. Was iedereen daar blij mee? Mwah. Vooral de platte daken waren niet al te geliefd. Stedenbouwkundige De Boer blijft zijn plan echter stoicijns uitvoeren. Maar… Na zijn vertrek in 1966 verrijzen er alsnog woningen met een schuin dak. De nieuw aangestelde stedenbouwkundige André de Jong kan de roep om dit type woningen van bewoners, woningcorporaties, beleggers en de gemeente niet langer negeren.

Grote huizen, veel speelmogelijkheden en een zonnige ligging

Huizen aan de rand van het bos met veel ruimte voor spelende kinderen: het was een experiment waar bussen vol architecten naar kwamen kijken. Nationaal maar ook internationaal baarde het woonerf opzien. Ook de bewoners waren aanvankelijk “best tevreden”. Uit een rapport voor het Centrum Voor Beleidsadviserend Onderzoek blijkt in 1978 dat woning-eigenaren vooral te spraken waren over “de grootte van de woning, de mate van comfort, de speelmogelijkheden, de vormgeving van de woonkamer en de zonnige ligging”. Kritiek is er alleen op het kleurgebruik in de woning, de geringe bergruimte, de ‘lastige’ open trap en ‘verwarrende’ nummering van de woningen. Rapportcijfer: 7,3. Een mooie score! Niek de Boer kreeg dankzij zijn succes in Emmen een nieuwe prestigieuze opdracht: Hij maakte in 1963 een ontwerp voor het dorp Larsen in het in 1957 drooggelegde Oostelijk Flevoland. Het idee was toen nog dat er een polder moest komen met veel kleine dorpjes die allemaal op fietsafstand van elkaar  liggen. Maar door de explosieve stijging van het autobezit werd besloten in Flevoland de bevolking te concentreren in twee steden: Lelystad en Dronten.

Het woonerf als exportproduct

Het woonerf in in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een begrip. Ongeveer 2 miljoen mensen in Nederland wonen op een woonerf, wordt gezegd. Ook in het buitenland vind je dit soort wijkjes. In de Verenigde Staten, Canada en Engeland bijvoorbeeld. Het woord woonerf heeft het zelfs tot de website van Oxford Dictionaries geschopt.

“Woonerf is what the Dutch call a special kind of street or group of streets that functions as shared public space — for pedestrians, cyclists, children and, in some cases, for slow-moving, cautiously driven cars as well. Roughly translated as “living streets,” the woonerf (pronounced VONE-erf) functions without traffic lights, stop signs, lane dividers or even sidewalks. Indeed, the whole point is to encourage human interaction; those who use the space are forced to be aware of others around them, make eye contact and engage in person-to-person interactions.”New York Times

Een doorslaand succes dus? Niet helemaal. In 2015 bleek uit een onderzoek onder bewoners van Emmerhout boven de 65 jaar dat 53 procent van hen somber is en ‘niet lekker in hun vel zitten’. Problemen worden vooral veroorzaakt door drugsgerelateerde criminaliteit en inwoners vragen zich af of één agent voor zo’n grote wijk wel voldoende is. Wel is de tevredenheid toegenomen in de wijk, noteert de Volkskrant een paar jaar geleden, dankzij de renovatie van het winkelcentrum. De wijk – de oudste delen zijn bijna 50 inmiddels – lijkt weer een beetje op de weg terug.

Geestelijk vader De Boer is niet onverdeeld positief

Niek de Boer overlijdt in 2016. Een kleine advertentie in Het Parool, vier dagen geleden, om te melden dat stedenbouwkundige Niek de Boer in besloten kring was gecremeerd in zijn laatste woonplaats Haarlem. Zo groot als zijn daden in de jaren zestig waren, zo bescheiden was zijn afscheid. Niet zo vreemd ook. In kranten en tijdschriften over de ruimtelijke ordening staan op dat moment steeds vaker koppen als “Bloemkoolwijken: de nieuwe getto’s”, “De bloemkoolwijk een getto? Echt wel!” en “Woonerfwijken; keer het tij nu het nog kan”. Toen Niek de Boer in 2001 terugblikte, vond hij dat de originele gedachte van het woonerf verloochend was. Hij vond het mooi dat zijn eerste woonerf er nog zo goed bijstond, en dat de mensen tevreden zijn. Maar hij stelde ook vast dat het begrip woonerf was uitgehold en overal te pas en te onpas werd toegepast. Hij sprak van een “akelig compromis, een karikatuur”, er was een “onzalige menging van verkeerssoorten en kinderspel” ontstaan. En in de wijk die hij had bedacht, Emmerhout, waren zelfs huizen met puntdaken gebouwd – puntdaken, hoe halen ze het in hun hoofd! Niek de Boer toen: “Je ontwerp kan beter worden gesloopt dan vertrut”.

Intussen begint Emmerhout aan een tweede leven

Zoals overal in Nederland wordt in Emmen nagedacht over duurzaamheid. Zo ook in Emmerhout. Binnenkort worden vijftig woningen van woningcorporatie Lefier aan de Laan van het Kinholt en Laan van de Marel nul-op-de-meter gemaakt. Ja, van die Emmerhout-klassiekers met platte daken. Hoe dat er uit gaat zien? Anders, als je de tekeningen zo bekijkt. Maar misschien is dat ook wel goed. Zo kan Emmerhout, de allereerste bloemkoolwijk van Nederland, er weer even tegenaan!

Woonerven in het buitenland en meer informatie
  1. Bernard Hulsman , ‘Dwarse bedenker van de bloemkoolwijk‘. NRC, 27 februari 2016.
  2. J.D. van der Waals en J.J. Butler, ‘Bargeroosterveld’, in: Joh. Hoops (red.), Reallexikon der Germanischen Altertumskunde 2 (Berlijn/New York 1976).
  3. P.B. Kooi, ‘Een nederzetting uit de midden-bronstijd op het Huidbergsveld bij Dalen’, NDV 108 (1991).
  4. Gerrit van Vegchel, ‘De metamorfose van Emmen’ (Boom, 1995).
  5. Peter Huyen, Emmen. ‘De bouw van een aangename stad in het groen’ (NAi Uitgevers, 1995).
  6. Anne-Marie Nannen, ‘Emmen groeit!’ (Gorcum b.v., 2001).
  7. Femke Veltman, ‘Het Wonder Emmen‘, Andere Tijden, 20 februari 2016.
  8. De Bloemkoolwijk een getto? Afstudeeronderzoek van Patricia Eenink over Woonerfwijken.
  9. Woonerf-idee effectief uitgewerkt in Emmer buitenwijken, Leeuwarder Courant, 2 oktober 1976.
  10. Paul Hockenos (April 26, 2013), “Where ‘Share the Road’ Is Taken Literally”, The New York Times.
  11. Paul Chasan, Traffic-Restricted Streets: Woonerfs and Transit Malls (PDF), University of Washington/Open Space Seattle 2100.
  12. John Greenfield, “Woonerf in the West Suburbs Offers a Sneak Peek at Uptown Streetscapes”, 30 juni 2014.
  13. Verkeersregels. Op (woon)erven gelden speciale verkeersregels. Kijk hier voor de exacte tekst van het ‘Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990’ (paragraaf 17, erven).

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.