In de jaren ’50 trok een clubje Delftse ingenieurs de Noordoostpolder in. Samen met een timmerman en een aantal grondwerkers stampten ze een enorm openlucht laboratorium met schaalmodellen van zeearmen en havens uit de grond. Veel grote waterbouwkundige werken die door Nederlandse ingenieurs zijn bedacht in de tweede helft van de Twintigste eeuw, werden eerst uitvoerig op schaal getest in het Voorsterbos bij Marknesse. Het Waterloopkundig Laboratorium “De Voorst” (WLV) bestaat al ruim twintig jaar niet meer, maar de meeste schaalmodellen zijn er nog. Een beetje overwoekerd, dat wel. Welkom in het Waterloopbos. 

Het Waterloopkundig Laboratorium wordt in 1927 opgericht. In de kelder van het gebouw voor Weg- en waterbouwkunde van de TH Delft. Onder leiding van waterstaatkundig ingenieur Jo Thijsse, zoon van Jac. P. Thijsse. De gemeente Vlaardingen krijgt de primeur: het modelonderzoek naar de aanslibbing van de Koningin Wilheminahaven kreeg registratienummer M1, de afkorting van Modelonderzoek 1. Het laboratorium groeit in de loop der jaren uit tot dé autoriteit op het gebied van hydraulica en waterbouwkunde.

Waterbouwkundige hoogstandjes, zoals de rivierkruising van het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek – bij waterbouwkundigen nog altijd bekend als de ‘eieren van Thijsse’ – werden hier uitgedokterd. De eerste buitenlandse opdrachten kwamen uit Frankrijk en België: de haven van Abidjan in Ivoorkust (toen een Franse kolonie) en de haven van Zeebrugge. Het Waterloopkundig Laboratorium behoorde al spoedig tot de absolute wereldtop.Waterloopkundig Laboratorium - Cultuurhistorische duiding, ruimtelijke analyse en essentiële principes
Ingenieur Romeijn is de naamgever en ontwikkelaar van dit type stuw. Deze ingenieur was veel in Nederlands-Indië werkzaam. Hij ontwierp daar een stuw waarmee exact de toevoer van water geregeld kon worden, bijvoorbeeld naar rijstvelden. Dit was van belang omdat het wateraanbod hier beperkt was.

Pionieren in de polder

Na de oorlog worden waterwerken steeds groter en complexer. Dus moet ook het laboratorium groeien. “Voor een openluchtlaboratorium, waarin de toekomst zeer grote modellen moeten worden onderzocht, is een geschikt terrein gevonden in de Noordoostpolder”, meldt de directie van het Waterloopkundig Laboratorium in het jaarverslag over boekjaar 1950. In het voorjaar van 1951 begint de bouw van het eerste model (M359), voor onderzoek naar afsluiting van de Braakman, een zeearm van de Westerschelde. Het was pionieren in de polder, net als de eerste boeren die in diezelfde tijd hun boerderijen op dit nieuwe land betrokken. In de eerste jaren spraken Delftse medewerkers die hier gedetacheerd werden zelfs over een ‘verbanning’ naar dit nieuwe land.

Waterloopkundig Laboratorium bij Marknesse
Het meten van de golfhoogte, jaartal onbekend. Bron: archief Waterloopkundig Laboratorium

Wonderen van de waterbouwkunst

Van de Volkeraksluizen tot de Deltawerken, van de havens van Rotterdam, Libië en Lagos tot de kust van Denemarken – delegaties vanuit de hele wereld kwamen destijds kijken hoe hier wonderen van waterbouwkunst tot stand werden gebracht. De beroemdheid was van korte duur. De meeste ingenieurs verkasten al in de jaren zeventig naar grote testhallen op de campus van de TU Delft, tegenwoordig worden simulaties met computers uitgevoerd. De modellen bleven achter, weldra overwoekerd door de natuur, waarna ijsvogels, libelles en kikkers hun intrek in het verlaten ‘lab’ namen. Bijna was het bos vergeten.

De ijsvogel en de vleermuis

De ingenieurs zijn verdwenen, maar het gebied is er niet leger op geworden. Stromend water in het bos trekt speciale dieren en planten aan. Libellen voelen zich bijvoorbeeld helemaal thuis in de waterloopkundige modellen. De ijsvogel is een vaste bewoner van het Waterloopbos. Deze vogel zit vaak verborgen in de bosrand en doet van daaruit aanvallen op de vissen in het water. Oh, en er huizen vleermuizen in de vroegere pekelinstallatie, een zoutwaterreservoir in een bunkerachtig blok, dat de Delftse ingenieurs nodig hadden om de haven van Bangkok te kunnen modelleren.

In 2006 is een oude pekelinstallatie ingericht als overwinterplek voor vleermuizen.

Hoe bewaar je iets, wat niet bedoeld is om te bewaren?

Het Waterloopbos is tegenwoordig Rijksmonument. En dus moet het bewaard worden. Best lastig, want de schaalmodellen van dijken, kusten en havens zijn niet bepaald voor de eeuwigheid gebouwd. Dit plaatst eigenaar Natuurmonumenten voor dilemma’s.

Hoe bewaar je iets, wat niet bedoeld was om te bewaren? Dat brengt ons op de vraag: als we onderdelen restaureren, doen we dat dan op de manier waarop het ooit gebouwd was? Een voorbeeld: een betonvloer bestond uit een paar centimeter beton. Op de vruchtbare bodem van de Zuiderzee zijn de bomen daar zo weer doorheen. Dus als wij duurzaam willen restaureren, dan zullen we een veel dikkere vloer moeten storten. We moeten balanceren tussen historisch herstel en duurzaam toekomstig beheer.Boswachter Norbert Kwint op Monumenten.nl
Deltawerk // in het Waterloopbos
Deltawerk // van RAAAF | Atelier de Lyon. Geopend: 27 september 2018.

De toekomst van het Waterloopbos

De komende tien jaar wil Natuurmonumenten tien modellen restaureren, zoals de haven van IJmuiden, het model Maascentrale en de Libische oliehaven. Voor kinderen komt er een groot waterspeelmodel en het enorme model Deltagoot is dit jaar omgedoopt tot een kunstwerk van 200 meter lang: Deltawerk // van RAAAF | Atelier de Lyon. Als alles meezit ontvangt het Waterloopbos binnenkort jaarlijks 200.000 bezoekers. Niet gek voor een afgedankte speeltuin voor waterbouwkundigen.

Meer over het Waterloopkundig Laboratorium
  1. Waterloopbos: speeltuin voor ingenieurs – Monumenten.nl. Interview met boswachter Norbert Kwint
  2. Waterloopkundig Laboratorium – Cultuurhistorische duiding, ruimtelijke analyse en essentiële principes – SteenhuisMeurs
  3. Het Deltamodel in het Waterloopkundig Laboratorium te Delft – J. Th. Thijsse – Rapport Deltacommissieonderzoekingen betreffende de opzet van het deltaplan en de gevolgen van de werken, Bijdragen IV, 1961
  4. Te doen in het Waterloopbos – Natuurmonumenten.nl
  5. Schaalmodellen van de Nieuwe Waterweg bij nevenvestiging De Voorst in de Noordoostpolder in 1956 – Polygoon-Profilti
  6. Polygoonjournaal uit 1968 over de voorbereiding van de afsluiting van het Volkerak – Polygoon-Profilti
  7. Herstelplan Waterloopbos – Natuurmonumenten heeft een plan gemaakt voor het behoud en de verdere ontwikkeling van het Waterloopbos.
  8. Havenroute in het Waterloopbos – Natuurmonumenten

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.